1 Created with Sketch.

Achtergrondinformatie “hoogbegaafdheid”.

Renzulli noemt drie hoofdkenmerken van het hoogbegaafde kind:

hoge intellectuele capaciteiten (IQ hoger dan 130)
grote creativiteit
sterke motivatie en taakgerichtheid

Mönks voegt daar de invloed van omgeving aan toe. De omgeving bepaalt mede of de kwaliteiten die het kind in zich heeft (hoog intelligent, creatief en gemotiveerd) ook zichtbaar worden in opvallende prestaties. Hij noemt de invloed van het gezin, de school en de vriendenkring van het kind. Deze invloed kan zowel positief als negatief zijn.

Heller breidt het verhaal nog verder uit in zijn Multifactorenmodel.
Hij ziet ‘begaafdheid’ als iets dat niet alleen over intellectuele capaciteiten gaat, maar ook bijvoorbeeld muzikale, sociale of lichamelijke begaafdheid kan zijn. Verder zegt hij dat factoren in de persoon zelf ook van invloed zijn. Iemand kan bijvoorbeeld een groot muzikaal talent hebben, maar zo’n last van faalangst hebben, dat het niet lukt om voor een publiek op te treden.

Excellentie lijkt in de basis aangeboren te zijn. Er zijn aanwijzingen dat het zenuwstelsel van een excellent kind makkelijker en sneller nieuwe verbindingen kan maken. Of de persoon deze aangeboren kwaliteiten ook kan vertalen naar uitzonderlijke prestaties en of de persoon gelukkig is, hangt van vele factoren af, zowel in zijn omgeving als in zichzelf.

Met excellente kinderen is niets mis, maar zij zijn wel anders dan de meeste andere kinderen. Er bestaan, helaas, veel vooroordelen over het excellente kind (en hun ouders). Een excellent kind hoeft niet per definitie in elk schoolvak goed te zijn en hoeft niet altijd als beste leerling van de klas naar voren te komen. Want om maar niet op te vallen bijvoorbeeld kan een excellent kind zich gaan aanpassen met mogelijk onderpresteren als gevolg.